Het toerritten protocol
- De organisatie kondigt de
geplande vertrektijd van de toertocht ruim op tijd van te voren aan.
Iedereen moet voldoende benzine in de tank hebben om onnodig stoppen
tijdens de tocht te voorkomen, tenzij er in de tocht een tankstop is opgenomen.
- De rit moet niet te lang zijn.
(max. 70 km. )
- Als het mogelijk is
gevaarlijke kruisingen, stoplichten en onduidelijke situaties proberen te
vermijden.
- De organisatie wijst voor
vertrek iedereen op het feit dat de deelnemers op eigen verantwoordelijkheid
meedoen, dat een ieder verzekerd dient te zijn en dat de motoren voldoen
aan de wettelijke eisen.
- Krijgt er iemand pech, stop
dan op en veilige plek. Een daarvoor aangewezen persoon meldt dit bij de
kop van de toerrit, ( dit is bij voorkeur en solorijder ). Deze rijdt door
tot er een geschikte en veilige plek gevonden is waar men allemaal kan
stoppen. De gestrande deelnemer wordt door één persoon geholpen.
- De route staat op papier,
eventueel met de locatie van een gepland rustpunt, hoe laat hier
aangekomen gaat worden en, indien aanwezig, het telefoonnummer. De route
is zo geformuleerd dat iedereen de tocht alleen kan rijden, hoewel het
wenselijk is dat er één of twee personen de route kennen.
- Als er meer dan 15 motoren
meedoen aan de tocht is het wenselijk dat de groep gesplitst wordt.
- Als er gereden gaat worden
volgens het “follow-up” principe dan wordt dit
van te voren gemeld en aan de mensen die het niet kennen uitgelegd.
- Het spreekt vanzelf dat de
bestuurders voor en tijdens de toerrit geen alcohol drinken of andere
geestverruimende middelen tot zich nemen die de rijvaardigheid
beïnvloeden.
- DE VEILIGHEID VAN DE
DEELNEMERS EN DE ANDERE WEGGEBRUIKERS STAAT VOOROP.